Het mag duidelijk zijn dat wij geloven in een samenleving die toegankelijk is voor iedereen. Dat laten we niet alleen zien in Kitchen Impossible; we maken ons er namelijk dagelijks sterk voor. Enerzijds door onafhankelijke ondersteuning te bieden aan mensen met een beperking, anderzijds door ook de directe omgeving van mensen met een beperking en de maatschappij als geheel te activeren. Wat we ook laten zien met Kitchen Impossible, is dat mensen met een beperking veel bereiken wanneer er wordt uitgegaan van hun eigen kracht, wensen en mogelijkheden. Dat is precies waarom MEE werkgevers helpt om mensen met een beperking mogelijkheden te bieden en vaardigheden te leren waarmee zij hun eigen dromen kunnen waarmaken. Meedoen doe je immers zelf, maar meedoen mogelijk maken doen we samen, met aan de basis een stelsel van rechten en wetten.

De VN als hoeder van de mens (met én zonder beperking)
Mensen met een beperking die graag laten zien wat ze kunnen zijn gelukkig niet volledig afhankelijk van de goede wil van de maatschappij. Meedoen is namelijk een mensenrecht, dus zij kunnen rekenen op bescherming en steun van de VN. Over de gehele wereld werken 193 lidstaten van de VN samen aan internationale vrede, veiligheid en mensenrechten. Dat doen ze onder andere door bindende internationale afspraken te maken. Wat begon met de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens in 1948, werd gevolgd door een verdrag voor burgerlijke en politieke rechten (IVBPR) en het verdrag voor economische, sociale en culturele rechten (IVESCR). Deze algemene kaders zijn inmiddels nóg verder uitgewerkt in zeer gedetailleerde verdragen, die discriminatie en uitsluiting van specifieke groepen tegengaan. Denk bijvoorbeeld aan verdragen waarin de belangen van vrouwen en kinderen worden beschermd, maar ook het verdrag tegen rassendiscriminatie en – last but not least – een verdrag ter bescherming van de rechten van personen met een handicap.

Discriminatie en uitsluiting vanwege een beperking
Dat mensen met een beperking vaak worden buitengesloten of gediscrimineerd, is regelmatig en wereldwijd vastgesteld. Ze leven vaker in armoede, zijn vaker slachtoffer van mishandeling, misbruik of uitbuiting. Ook hebben mensen met een beperking minder kans op een goede opleiding of werk dat bij hen past. Natuurlijk kijkt de wereld niet lijdzaam toe. Zo zijn er voornamelijk in de jaren tachtig en negentig veel maatregelen genomen om de draagkracht te verbreden, zoals het ‘VN-jaar van gehandicapten‘ in 1981, en het “VN-Decennium voor gehandicapten” van 1983 tot 1992. Ook zijn er in 1994 bindende standaardregels opgesteld voor het bieden van gelijke kansen aan gehandicapten.

Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
Begin deze eeuw werd duidelijk dat de verschillende maatregelen uit de jaren ’80 en ’90 helaas niet tot gewenste resultaten hadden geleid. Daarom hebben de Verenigde Naties op 13 december 2006 besloten de rechten van mensen met een beperking vast te leggen in een specifiek verdrag. Dat maakt deze datum tot een historische dag voor de 650 miljoen mensen met een beperking of chronische ziekte die onze planeet telt. Deelnemende landen hebben in het verdrag de rechten van mensen met een beperking erkend, maar ook afgesproken wat er gedaan moet worden om te zorgen dat mensen met een beperking net als ieder ander kunnen participeren in de samenleving en hun eigen keuzes kunnen maken. Het gaat dus niet alleen over meedoen, maar ook over het vergroten van de zelfbeschikking.

Van verdrag naar praktijk
Het maken van een verdrag is helaas nog niet genoeg; een dergelijk verdrag moet namelijk ook nog geratificeerd (aangenomen en gerealiseerd) worden. Je zou misschien verwachten dat hier niet lang over nagedacht hoeft te worden, maar niets is minder waar. Zo heeft onze regering het verdrag weliswaar op 30 maart 2007 ondertekend, maar pas op 14 juni 2016 (negen jaar later!) daadwerkelijk geratificeerd. Daarmee zijn wij binnen Europa een van de laatste landen die deze stap genomen heeft. De redenen daarvoor zijn onder meer het uitgebreide onderzoek naar aanpassingen in bestaande wetgeving en een onderzoek naar de kosten die de uitvoering van het verdrag met zich meebrengt.

Werk in uitvoering
Nu de overheid het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap heeft geratificeerd, moet er ook gehandeld worden in overeenstemming met het verdrag. Zo zijn (en worden) er wetten en regels aangepast om de positie van mensen met een beperking blijvend te verbeteren. Het verdrag bepaalt dat mensen met een beperking op het gebied van wonen, scholing, vervoer, werk, zorg en een aantal andere terreinen regie over hun eigen leven hebben. De wet draagt hierbij ver; rechters moeten bij hun beslissingen op die terreinen bijvoorbeeld rekening houden met dit verdrag. Al met al maakt dit de positie van mensen met een beperking vele malen sterker, maar gezien de complexiteit van de materie is het is nog steeds ‘werk in uitvoering’. De complexiteit zit voornamelijk in het feit dat niet alleen mensen met een beperking en hun directe omgeving te maken krijgen met het verdrag. Door de ratificatie krijgt de hele maatschappij – elk leefgebied en elke sector – in het dagelijks leven te maken met een complex en veranderlijk geheel van regels, wetten, rechten en plichten, dat ervoor moet zorgen dat mensen met een beperking daadwerkelijk kunnen participeren binnen de samenleving. Het is dus van het grootste belang dat de naleving van het verdrag zo snel mogelijk in goede banen wordt geleid, op een manier waarbij de hele samenleving betrokken wordt.

Wat betekent dit nu in de praktijk?
Mensen met een beperking moeten kunnen participeren in de maatschappij, in de breedste zin van het woord. Bijvoorbeeld door betere kansen te krijgen op de arbeidsmarkt of in de schoolbanken. Daarnaast moeten bedrijven bijvoorbeeld zorgen dat hun gebouwen en websites toegankelijk zijn voor mensen met een beperking, zodat zij net als ieder ander gebruik kunnen maken van de aangeboden goederen en diensten. Ook wordt meer uitgegaan van de eigen kracht; de zelfbeschikking van mensen met een beperking moet gerespecteerd worden. Een klein voorbeeld ter illustratie: een man  met niet-aangeboren hersenletsel wil een verzekering afsluiten en de verzekeringsmaatschappij wil geen zaken doen zonder dat er een begeleider aan tafel zit. De wet verbiedt de verzekeraar op dit moment niet om op deze manier te handelen. Doordat het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap ook in ons land is geratificeerd, zal de wet worden veranderd. Zo kan de man met niet-aangeboren hersenletsel eisen dat hij zelfstandig de verzekering mag afsluiten. Het lijkt een klein en onschuldig voorbeeld, maar iemand zijn of haar zelfbeschikking ontzeggen is natuurlijk iets wat – binnen de kaders van het acceptabele – zoveel mogelijk moet worden voorkomen. En wat is acceptabel? Dat is precies wat nu wettelijk moet worden vastgelegd.

Meer weten over het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap en de gerelateerde ontwikkelingen in ons eigen land? Lees dan de rapporten van het Studie- en Informatiecentrum Mensenrechten (Ratificatie…En dan? & Aanvullend rapport) en het SEOR onderzoek naar de economische gevolgen van ratificatie.

Recent Posts